Het Buitengebied

Het buitengebied.

[one_half last=”no”]Het aanzien van het Goirlese buitengebied is door de eeuwen heen voor een belangrijk deel bepaald door politiek beleid, zowel op hoog als op dorpsniveau. Van oudsher vinden we de bebouwing voornamelijk in het noordoosten langs de Leij en ten noorden en noordwesten van de wijk Kerk. In dit gebied vinden we de cultuurgronden, maar ook tussen de wijken lagen nog grote stukken ‘inculte grond’: moerassen langs de Leij op Abcoven, zandverstuivingen in ‘de Bergen’ en heide in uiterste noord-westen en ook nog wel tussen de buurtschappen. Ten zuiden van deze woonkernen was het omgekeerde het geval. Daar troffen we voornamelijk heidevelden aan met wat cultuurgronden langs de Rovertse Leij, een kleine woonkern bij de Nieuwe Hoef en in het uiterste zuidwesten de buurtschap Nieuwkerk en het landbouwgebied de Lamenakker. Nog in 1875 bestond 62,8% van het oppervlakte van Goirle uit woeste grond.

Schaatsen-op-de-vloed
De Vloed bij de Goirlese watermolen was van oorsprong een leengoed van de leenmannen van Gorp. In 1838 werd de Vloed verkocht aan koning Willem II. De volgende eigenaar was de Tilburger Franciscus A.J Janssen, Bisschop in Noord amerika. Het moerassige weide gebied waaruit de vloed bestond stond regelmatig onder water. In de winter was het vaak één grote schaatsbaan

Eeuwen eerder, in 1329, werden de woeste gronden van Tilburg en Goirle door de hertog van Brabant, tegen betaling van een jaarlijkse cijns, in vruchtgebruik gegeven aan de plaatselijke bevolking en kregen deze gronden de benaming ‘gemeijnt’. Het beheer kwam in handen van zeven zogenaamde ‘gezworenen’, waarvan er twee uit Goirle kwamen.

De bevolking gebruikte de ‘gemeijnt’ om er vee te hoeden, turf en plaggen te steken, wit zand te winnen en, waar leem aanwezig was, stenen te bakken in veldovens. Na de Franse omwenteling en het zelfstandig worden van Goirle, kwamen de woeste gronden binnen de gemeentegrenzen, die vroeger tot de ‘gemeijnt’ hadden behoord, in handen van het gemeentebestuur.

Een kenmerk van het negentiende-eeuwse gemeentebestuur, dorpsbestuur was zijn zuinigheid. Er werd geen geld boven de begroting uitgegeven en extra uitgaven werden gefinancierd door de verkoop van de woeste gronden. De eerste die daarvan gebruik maakte, was graaf Gijsbert Jacob van Hogendorp, die rond 1820 eigenaar werd van de voormalige abdijgoederen van de abdij van Tongerlo in Alphen, Poppel en Goirle. In Goirle bestond dit goed uit de voormalige abdijhoeve ‘de Koeijweijde’ op Nieuwkerk en op deze plaats werd het huis Nieuwkerk gebouwd, het centrum van het landgoed Nieuwkerk.

Affiche-verkoop-landgoed-nieuwkerk
Affiche van de verkoop van het landgoed Nieuwkerk na de dood van eigenaar Gijsbert Jacob graaf van Hogendorp (1783-1845).

Voor de uitbreiding van zijn landgoed kocht de graaf in 1824 103 bunders ‘inculte’ grond van de gemeente Goirle en ook door de nieuwe eigenaar van Nieuwkerk, Jean François Xavier de Meester de Bocht, werd in 1862 nog eens 150 bunders heide gekocht. Het grootste gedeelte van deze gronden werd bebost en gebruikt voor houtwinning en de jacht. De nieuwe heer van Nieuwkerk bezat namelijk het heerlijk jachtrecht van Alphen, Riel, Goirle en Tilburg ten zuiden van de rijksweg van Breda naar ‘s-Hertogenbosch.[/one_half][one_half last=”yes”]Voor de aanleg van de Poppelseweg werden de benodigde heidegronden gratis door de gemeente Goirle aan het Rijk afgestaan. Aan de rechterzijde van deze weg werd door de gemeente in l869 305 ha woeste grond verkocht aan baron De Zerezo de Tejada, eigenaar van het landgoed Gorp, en later nog eens 25 ha aan notaris Huijsmans te Hilvarenbeek. In l890 volgde opnieuw de verkoop van ruim 53 ha gemeentegrond, nu voor ontginningsdoeleinden, aan verschillende particulieren. In 1909 zou de verkoop van 250 ha van de Regte Heide aan de gemeente Tilburg volgen. Een jaar later werd dit gebied door het gemeentebestuur van Tilburg verhuurd aan kapitein J.F. Schmöle, die compareerde namens de minister van oorlog. De heide zal gebruikt mogen worden ‘tot het houden van militaire oefeningen in den meest uitgebreiden zin’.

De gemeente Goirle had in 1911 nog een grondbezit van 253 ha, waarvan bijna 210 ha heide en 26 ha bos. Enkele jaren later verzocht fabrikant J.W. van Puijenbroek om hiervan 110 ha, gelegen in het gebied van de Papenmoeren te mogen kopen, maar niet alle raadsleden gingen met dit voorstel akkoord. Zij vonden dat er in het verleden al te vaak en te goedkoop heidegronden verkocht waren. Bovendien zou Van Puijenbroek deze gronden willen gebruiken voor de jacht, terwijl de raadsleden meer voelden voor ontginning. In 1918 ondernam Van Puijenbroek een nieuwe poging, welke nu werd gehonoreerd, op voorwaarde dat het geld zou worden gebruikt voor de bouw van een nieuw ‘gasthuis’. Hij betaalde 300 Gulden per ha.

Gebeurtenissen in de daarop volgende decennia waren zeer bedreigend voor het behoud van het natuurschoon in de gemeente. In 1927 werd door het gemeentebestuur het initiatief genomen, om de resterende heidegronden in erfpacht te geven aan de N.V. Mijvo ter ontginning met stedelijke afvalstoffen. Een poging om ook het Tilburgse gedeelte van de Regte Heide in dit plan te betrekken mislukte, waardoor de Mijvo afhaakte. Door deze maatschappij werd namelijk gezocht naar een terrein van ongeveer 400 ha.

Denneoord
Het huis Nieuwkerk, pas in de twintigste eeuw bekend als ‘Dennenoord’, brandde op 12 december 1943 tot de grond toe af. Ter plaatste stond voor de Franse tijd een pachtboerderij van de abdij van Tongerlo, ‘hoeve de koeijweij’


Na het overlijden van de eigenaar van het landgoed Gorp, Willem J. Hubert van Beusekom, in 1939, werd dit landgoed bedreigd. De consulent van de Cultuurtechnische Dienst wilde voorkomen dat het landgoed weer in één hand kwam en de vestiging stimuleren van landbouwers met voldoende bedrijfskapitaal, waarbij hij gesteund werd door landbouworganisaties als de Jonge Boerenstand in Goirle. Voor de aankoop en de ontginning werd door hem een bedrag geraamd van  820.000 Gulden, waarna het gebied in handen zou worden gegeven van de stichting Werkverschaffing en Ontginning Noord-Brabant te ‘s-Hertogenbosch voor bewerking door onder andere Goirlese werkelozen. Na de verkaveling zou de verkoop volgen aan de door de consulent beoogde doelgroep. Dit plan ging niet door, omdat het landgoed verkocht werd aan Van Puijenbroek.

Inmiddels waren door de gemeente in de jaren 1917 tot 1919 grote percelen heide bebost in het kader van de werkverschaffing. Met renteloos voorschot van de Staat en onder toezicht van de houtvester van het ambtsgebied Eindhoven van het Staatsbosbeheer, werd tussen 1933 en 1944 nog eens bijna 73 ha woeste grond bebost. Ook nu door tewerkstelling van werkelozen.

villa-blanca
Villa Blanca aan de Tilburgseweg Goirle, gebouwd naar een ontwerp van architect W. Bouman uit Tilburg in opdracht van Frans Mutsaerts-van Waesberghe. De tuin werd ontworpen door Albert Lejeune. Typerend voor dit huis is de bekroning van de gevelspits met een beeld van de Griekse god Helios met vierspan en zonnewagen. In 1933 werd het pand met 14 ha. grond aan de fraters van Tilburg verkocht.

Na de oorlog zouden verschillende natuurgebieden in de gemeente eigendom worden van de stichting Brabants Landschap. Door deze stichting werd in 1990 de Regte Heide gekocht van de gemeente Tilburg.

De geschiedenis van Goirle is beknopt beschreven.

De tekst komt uit: Jef van Gils en Ronald Peeters, ‘Een eeuw Goirle 1870-1970′ (Goirle, Boekhandel Soeters, 1992), 200 blz. ISBN 90-801208-1-2 (copyright).[/one_half]

error: Content is protected !!